Fosfaattoestand

De belangrijkste succesfactoren: fosfaattoestand

Voor natuurontwikkeling is de P-beschikbaarheid en in mindere mate de totale P-voorraad in de bodem van belang. Dit blijkt o.a. uit studies waarin blauwgraslanden zijn aangetroffen op gronden met een (zeer) hoge P-totaalvoorraad (gekarakteriseerd met P-ox), maar een (zeer) lage P-beschikbaarheid, gekarakteriseerd door Pw (Chardon et al., 2009). Dit betekent dus dat de meting gericht moet zijn op het in beeld brengen van de P-beschikbaarheid.

De fosfaattoestand kan op verschillende manieren worden gemeten, waarbij de geëxtraheerde P-fracties verschillen in de mate waarin ze beschikbaar zijn. P-CaCl2 is een maat voor het direct beschikbaar P (intensiteit). Bij natuurontwikkeling is deze fractie in veel gevallen echter zo laag dat die niet meer te meten is. Pw is ook een maar voor de intensiteit maar omdat meer P wordt geëxtraheerd dan met P-CaCl2 is deze fractie bij natuurontwikkeling vaak nog wel meetbaar. P-Olsen is een relatief goede maat voor gebonden P die nog beschikbaar kan komen (Van Rotterdam et al., 2012). Ammonium lactaat extraheerbaar P (P-AL) is een extractie methode waarmee het reversibel gebonden P en een gedeelte van het totaal gebonden P wordt geëxtraheerd. Ammonium oxalaat extraheerbaar P (P-ox) is een extractiemethode waarmee de totaal gebonden P wordt benaderd. P-totaal kan tenslotte ook direct worden bepaald door een destructie. Vrijwel al deze meetmethoden worden gebruikt voor het karakteriseren van de P-beschikbaarheid voor natuurontwikkeling, maar in het algemeen wordt de voorkeur gegeven aan de beschikbare fracties, zoals Pw, P-Olsen en/of P-AL.

Schematische weergave van de verdeling van P in de bodem en de verhouding tot standaard meetmethodes (D. van Rotterdam, NMI).

Verder lezen