Over welke bodems hebben we het

Over welke bodems hebben we het?

Natuur komt in Nederland voor het overgrote deel voor in gebieden die of te schraal (voedselarm) of te dynamisch zijn voor agrarisch gebruik. De kaarten hieronder zijn het resultaat van een eenvoudige GIS analyse, waarbij de verhouding van het oppervlak aan bodemsoorten in NATURA 2000 gebieden ten opzichte van het oppervlak van dezelfde bodemsoorten in geheel Nederland wordt bekeken bevestigd dit beeld. Bodems waarbij deze verhouding groter dan 0,5 is zijn onder andere:

  • de ongerijpte kleibodems die nog direct onder invloed van de rivier en zeewater staan ( dynamisch, bodemkaart verdronken land van Saeftinghe),
  • associaties van petgaten in de natte veengebieden (dynamisch, Bodemkaart Waterland)
  • kalkrijke en kalkarme duinbodems (dynamisch en schraal, Bodemkaart Loonse en Drunense duinen, droge en natte podzolgronden)
  • droge heidebodems (schraal, Bodemkaart Noordwestelijke Veluwe, haarpodzolgronden)

Iets rijkere bodems die ook nadrukkelijk voorkomen in NATURA 2000 gebieden zijn de bruine bosbodems (Bodemkaart Zuidwestelijke Veluwe, holtpodzolgronden).

In bestaande natuurgebieden en in natuurgebieden in ontwikkeling hebben ingrepen en beheermaatregelen effect op de bodem maar is de bodem ook een belangrijke randvoorwaarde voor de inrichtings- en beheerdoelen. Daarom moet er duurzaam met de bodem omgegaan worden in het natuurbeheer. Bij natuurontwikkeling met een agrarisch gebruik als startpunt is er veelal sprake van:

  • relatief recent in cultuur gebrachte “woeste grond” dat op de bodemkaart als zodanig nog herkenbaar in de vorm van bijvoorbeeld natte heidegronden (bodemkaart Stelkampsveld, veldpodzolgronden )
  • relatief recent als gevolg van intensivering van de landbouw sterk ge-eutrofiëerde oorspronkelijk extensief beheerde voedselarme graslanden in bijvoorbeeld beekdalen die op de bodemkaart als zodanig weer zeer goed herkenbaar zijn (bodemkaart Stelkampsveld, beekeerdgronden).
© 2019 Dan Assendorp